LET OP: Uw browser is te oud om deze website correct weer te geven. Update uw browser om dit probleem op te lossen.

Verslag SBN 2017

Zeer sfeervolle 21e Southern Bluesnight

Met de verkiezingen net achter de rug moesten de ruim 1200 bezoekers van de 21e Southern Bluesnight alweer aan de bak. Het programma beloofde net als de gemiddelde lijsttrekker allerlei moois. Helaas diende men zoals gebruikelijk een keuze te maken tussen de optredens daar die verdeeld over 3 podia elkaar overlapten.

De laatste jaren vormden de radio-opnames van het programma ‘Hubert on the air!’ een vast onderdeel van de Southern Bluesnight en kon men ‘s middags al terecht in het Parkstad Limburg Theater te Heerlen om in een intieme sfeer kennis te maken met enkelen van de artiesten. Tot verdriet van veel luisteraars en bezoekers trok de regionale zender L1 de stekker uit dit veel geprezen blues, roots en jazz programma om zich meer op jeugdige luisteraars te richten. Beetje vreemd dat men dit juist nu doet in een tijd dat blues en ook jazz aan populariteit winnen en er veel talent uit het zuiden komt!
Dat de blues nog lang niet dood is bewees de publieke opkomst bij de 21e editie van de Southern Bluesnight! Ook dit jaar heeft de organisatie alles in het werk gesteld om een zo aantrekkelijk mogelijk affiche te presenteren.

Bijna onderaan bengelde de naam van Bigwood Leonard, de glorieuze winnaars van de BRUL-contest (het toelatings-examen voor de Southern Bluesnight) die daarom deze avond mochten openen. Het DSM theater café – voor deze avond omgedoopt tot Juke-joint (al gaven de fotografen de voorkeur aan het ‘Red light district’ vanwege de overvloed aan rood licht) - is vanavond het werkterrein voor dit energieke Belgische viertal. Wie hen al eens op een pop of rock-festival gezien heeft of zich een jonge Dr. Feelgood voor de geest kan halen zal begrijpen wat ik bedoel als ik zeg dat dit podium voor de met ADHD-genen opgezadelde zanger/mondharmonica speler Bernd Vanherle iets aan de kleine kant is. In het verleden was het gebruikelijk dat het publiek zich bij de ‘Juke-joint band’ opwarmde om halverwege de show naar de grote namen op de andere podia te vertrekken, dit keer lag dat bij Bigwood Leonard anders.
Bernd, Marco Pooters-gitaar, Dylan Frings-bas en Christiaan Janssen-drums weten het publiek vanaf het begin te verbazen, al heb ik de indruk bij – hetgeen ik gezien heb - dat zij zich een beetje inhielden en zich aan het theaterpubliek aanpasten. Zij openden met Never Go To The Doctor Blues en bouwden hun show gestaag op. Naast eigen werken passeert ook een mash-up van That’s Allright Mama (Elvis) en I Got Strpes (Johnny Cash) de revue. Afgesloten werd met Blood, Smoke & Burning Trees, maar op dat moment staat Willie Buck met de Robbert Fossen Band al
lang op het podium van de Limburg-zaal.

William Crawford, beter bekend als Willie Buck mag met recht een krasse knar genoemd worden. De 80 jaren die hij al op aarde rond huppelt zijn hem in ieder geval niet aan te zien. Hij is een van de nog weinige actieve, authentieke blues zangers die nog op tournee gaan en het is een voorrecht om hem vanavond live te zien. Met de Robbert Fossen Band op de achtergrond sta je als artiest sowieso sterk op de planken. Robbert’s band bestaat voor deze gelegenheid uit Jan Markus-bas, gitarist Tim Ielegems, de Best Dutch Blues Harmonica Player 2016 Thomas Toussant, pianist Ivan Schilder en drummer Lars Hoogland. Zoals het bijna altijd het geval is als een buitenlandse artiest de oversteek naar Nederland maakt bestaat de setlist uit enkele eigen werken en traditionals die de begeleidings-band van dienst blindelings kan spelen. Deze avond kon het enthousiaste publiek genieten van o.a. I’m A Kingbee, Streamline Woman, Champaign & Reefer, Two Woman, Manish Boy/Hoochie Coochie Man en Blow Wind Blow. Willie, die in 2004 ingewijd werd in Blues Hall of Fame (Chicago) en zijn begeleiders voelen elkaar perfect aan hetgeen in een gedenkwaardige show resulteert.

Om in dezelfde sfeer te blijven maak ik eerst een tussenstop in de Juke-joint alvorens naar de Rabo-zaal te gaan waar Johnny Mars gelijktijdig met Richard ‘Rip Lee’ Pryor aan zijn show begint. Ook harmonicavirtuoos ‘Rip Lee’ kun je een authentieke bluesman noemen die deze avond geruggensteund wordt door ook alweer een van Nederlands beste blues bands die vrijwel iedere stijl beheerst: de Little Boogie Boy Bluesband. Solo speelt ‘Rip Lee’ Crazy About My Baby, Nobody But Me en Rockin’ Tonight. Daarna levert de Little Boogie Boy Band van Hein Meijer (zelf in 2016 genomineerd voor de Dutch Blues Award) maatwerk in de begeleiding op nummers als Stoptrain Conductor, Hello My Baby, Lost About Woman en Shake Your Money Maker. Het is een lust voor oog en oor om deze kleine man die zich zo in het zweet werkt te mogen aanschouwen. Bij hem zie je beelden voor je die je zo vaak in documentaires over blues legenden tegen komt.

Ik vermelde het reeds eerder in dit artikel dat de blues een revival doormaakt en het bewijs wordt deze avond door een aantal jonge talentvolle gitaristen/bands geleverd. Naast Bigwood Leonard en Laurence Jones bestaan de buskers – die het publiek tijdens hun trektocht langs de 3 podia vermaken – ook hoofdzakelijk uit ‘jong volk’.

Op weg naar de Limburg-zaal passeer ik de Belgisch/Nederlandse Rhythm & Blues band The PinPins. Zij maakten vorig jaar furore tijdens de BRUL-party, het jaarlijkse feestje waarmee deze stichting op het eind van het jaar haar activiteiten afsluit. Dat leverde deze band terecht een plaatsje op de Southern Bluesnight op. Bart van Buggenum en Chris Ariaans, de jongere helft van het viertal trekken de kar in deze band. Bart met strak harmonica spel en zang, Chris met flitsende gitaar solo's, maar zij zouden nergens zijn zonder de geoliede, solide ritmesectie die uit Hans Wouters – bas en Stephan Hnatuszak – drums bestaat. Eigen werken zijn nog iets te hoog gegrepen maar zij staan wel hun mannetje als het om eigen bewerkingen van traditionals gaat. Dat laten ze o.a. horen met I Got A Feeling, Shake The Boogie, She Is Tuff en Route 66. Herkenbare nummers brengen mensen vaak in feeststemming, daarom kon het publiek deze band ook zeer waarderen.

Bij zo'n groot aanbod aan bands en solisten zit er altijd wel een tussen waar je mede door het tijdschema weinig of niets van ziet. In mijn geval is dat Chivy Kuhles & The Dynamics. Op weg naar Johnny Mars kom ik hen onder aan de trap die naar de Rabo-zaal leidt tegen. Net als ik me door het publiek heen gewurmd heb om ze op de gevoelige plaat vast te leggen beëindigen ze Back To The Roots (eigen werk) en daarmee ook hun eerste set. Bij een tweede poging hen te zien zijn ze reeds vertrokken. Gelukkig was ik voor aanvang van de avond al getuige van de soundcheck en weet ik dat het muzikaal wel goed zat met dit nog redelijk jonge viertal. Chivy Kuhles (gitaar/zang), Yannick Urselmann (rythmgitaar/backings), Julius Takacs (basgitaar/backings) en Stephen van Dolder (drums) deden veel ervaring op bij andere bandjes en besloten hun krachten te bundelen bij dit nieuwe project. De vele uren die ze in hun oefenhonk doorbrachten om aan hun eigen stijl te schaven resulteerden in een flink aantal eigen werken die uit een mix van Blues, Rock, Funk, Soul en Pop bestaan. In het zuiden worden zij als een veel belovende band gezien en het feit dat zij nu al een plaatsje op de SBN verdienden spreekt voor zich.

Mondharmonicaspeler Johnny Mars is maar wat in zijn nopjes met zijn begeleidings-band! Terwijl 'Rip Lee' Pryor het met 3 man moest doen en Willie Buck met 6, werd hij in de rug gedekt door The Northern European Jazz and Blues Orchestra, maar liefst 17 man en 1 vrouw sterk. Verschil moet er zijn. Dat verschil hoorde je ook want de cross-over jazz/blues was om te smullen. Trombonist, multi-instrumentalist en producer Tom ‘Bones’ Malone schreef speciaal voor deze gelegenheid de arrangementen. Na de opening door de bigband opent Johnny Mars zijn show met B.B. King’s Every Day I Have The Blues. Daarna volgt een nummer dat de pan uit swingt waarin enkele bandleden excelleren in solo’s. Naast zijn harmonica kwaliteiten is Johnny ook nog eens gezegend met een hele mooie, diep donkere stem die fantastisch tot zijn recht komt in het ingetogen Georgia On My Mind en het andere Ray Charles nummer Halleluja I Love Her So. Als Summertime ook nog eens voorbij komt heb ik de indruk dat het repertoire deze avond voornamelijk uit evergreens bestaat. Maar mooi was het wel!
Helaas roept de plicht en moet ik ook dit concert vroegtijdig verlaten om een plaatsje vooraan bij Kyla Brox te kunnen bemachtigen.

Was Shakura S’Aida vorig jaar de enige dame in de line up, die daarbij ook nog eens een onuitwisbare indruk maakte met haar waanzinnig zinderende show, dit jaar lijkt de geschiedenis zich te herhalen met Kyla Brox! De titel ‘First Lady of British Blues’ is dan ook volkomen ter recht. Vertrouwend op haar band waar in haar man Danny Blomeley de bas speelt, Paul Farr de gitaar hanteert en Pablo Leoni de trommels roert geeft zij zich over aan haar muziek en lijkt iedere song uit haar hart te komen. Mooi om te zien en nog mooier om te horen. Bij het eerste nummer pakt de charmante zangeres uit Manchester meteen de hele zaal in. Ook het publiek wordt bij de show betrokken als zij vraagt om mee te zingen op 365. Van haar laatste cd “Trow Away Your Blues” zingt ze de slow blues Change Your Mind die ze met een uithaal eindigt waar geen eind aan lijkt te komen. Kippenvel!Vrijwel iedere song gaat gepaard met een heerlijke gitaar solo van Paul Farr, maar Kyla laat zichzelf ook niet onbetuigd op de dwarsfluit. Gefascineerd blijf ik langer bij haar concert als gepland waardoor ik ook nog Beatifull Day en Choose Me voorbij hoor komen. Dan betreed haar vader Victor Brox het podium. Deze 76 jarige legende die met vrijwel iedereen die een beetje naam in de blues scene heeft samenwerkte (o.a. John Mayall en Eric Clapton, maar ook Deep Purple) was speciaal voor deze avond uit Manchester overgekomen. In een gesprek dat ik na de show met hem had vertelde hij dat hij erg moe was van de reis maar dat hij het optreden heerlijk gevonden had. Dat kenmerkt de échte artiest voor wie het podium zijn natuurlijke biotoop is. Om op tijd bij Eric Bibb te zijn moet ik ook hier helaas vroegtijdig de show verlaten en mis daarbij songs als I’d Rather Go Blind en Wang Dang Doodle, naar horen zeggen dé hoogtepunten van de show!

Eric Bibb siert dit jaar het affiche van de Southern Bluesnight en staat al jaren op mijn ‘must see-lijstje’. De carrière van de ‘fingerpickin’ troubadour is een aaneenschakeling van successen dat zich vertaald heeft in 20 studio albums, 4 live cd’s, 17 samenwerkings-cd’s en dan laten we het grote aantal compilatie cd’s waaraan hij meewerkte maar even buiten beschouwing. De mix van gospel, blues, folk en roots, vertolkt met een prachtige stem is zeer geliefd bij een groot publiek.
Het komt dan ook vreemd over als bij aankomst in de Rabo-zaal slechts enkele plaatsen bezet zijn. De invasie trekt zich echter in gang als Kyla Brox haar concert beëindigd heeft en de Rabo-zaal in een mum van tijd veroverd wordt. De laatkomers hebben dan al Going Down Slow en het zonder begeleiding gezongen Migration Blues – een nummer waarbij hij in een soort trance lijkt te raken – gemist. Als gast heeft Eric de Finse pedal steel gitarist Olli Haavisto meegenomen en samen zetten zij Silver Spoon in. Eric en ook Olli wisselen regelmatig van gitaar. Beiden hebben er 3 tot hun beschikking waarvan Olli 2 gewone die als lapsteelgitaar dienst doen en een pedal steel gitaar.
Er volgen met Bring Me A Little Water, Silvy en Bush Barn Blues enkele Lead Belly songs. Ondanks dat de zaal inmiddels helemaal vol is kan je bijna een speld horen vallen. Het is toch prachtig dat 2 op stoelen gezeten mannen op een heel groot podium met kleine liedjes, een (semi) akoestische gitaar en een ingetogen stem een volle zaal stil kunnen krijgen. Dit is de magie waar alleen de hele groten mee gezegend zijn. De tijd tikt helaas onverbiddelijk door en na genoten te hebben van Stewball, het liedje over een dronken renpaard en With My Maker I Am One vertrek ik richting Juke-Joint om nog een glimp op te vangen van de Mátyás Pribojszki Band.

De liefhebbers van de bluesharp hadden met Bernd Vanherle, Thomas Toussaint, ‘Rip Lee’ Pryor, Johnny Mars en Bart van Buggenum al niet te klagen en kregen met de Hongaarse harmonica-schuiver Mátyás Pribojszki er nog een meer dan smakelijk toetje bij.
Het mooie aan een evenement als de Southern Bluesnight is dat je er ieder jaar ook nieuwe talentvolle bands ontdekt. In de categorie ‘nooit van gehoord’ is dat vanavond dus Mátyás, maar dat zal uiteraard aan mij liggen want hij deelde al het podium met harmonica giganten als Charlie Musselwhite, Bob Margolin en Kid Andersen. Hij en zijn bandleden maken een goede indruk op mij in de korte tijd dat ik bij hen aanwezig ben. Met nummers als Memphis Soul, Come on Baby, Fat Mama Boogie en Can Make You Stay, allen afkomstig van zijn cd “My Stories” geniet het publiek van een geraffineerde, vaak opzwepende mix uit rock ‘n roll, soul en blues. Toch maar eens achter zijn cd aan gaan, maar eerst een sprintje trekken naar Laurence Jones.
Het jonge gitaar-talent (23) Laurence Jones heeft de eer om af te sluiten in de Limburg-zaal en dat betekend – nu de organisatie van de veel geroemde jamsessies afgestapt is – een concert met uitloop mogelijkheden!

Laurence Jones is the name en pittige bluesrock is the game! Hij en zijn bandleden Bennett Holland-toetsen, Greg Smith-bas en Phil Wilson-drums hebben al een flinke naam opgebouwd in de Engelse blues-scene. Laurence zelf wordt door Walter Tout omschreven als een kruising tussen Buddy Guy en Eric Clapton. Daar kun je mee thuis komen!
In zijn show komen o.a. Got No Place To Go, Evil, Good Morning Blues, My Eyes Keep Me In Trouble, I Will en Some Things Changed voorbij. Allen songs waarin invloeden van Hendrix, Clapton, Stevie Ray en Rory Gallagher te horen zijn, soms vermengd met hier en daar een funky inslag. Laurence is een showpikkie die precies weet wat hij doet, zo zoekt hij voor zijn vlijmscherpe solo’s altijd het plekje op waar de meeste fotografen staan. Ook bassist Greg Smith weet de aandacht te trekken met zijn grimassen al zal dat niet bewust zijn. Maar dit terzijde, want op hun show valt niks aan te merken en weet de aandacht vast te houden. De setlist bevat ook een mash-up van Cocaine, Layla en Sunshine Of Your Love. Bijzonder mooi is de slow blues Fall From The Sky, het eerste nummer dat Laurence zelf schreef. Ja, van deze band en in het bijzonder van Laurence zelf gaan we nog heel veel horen! Jammer is wel dat zij zich aan de voorgeschreven speeltijd houden, een paar extra toegiften had hun optreden nog meer glans gegeven!

Voor hen die nog niet naar huis wilden of nog even een afzakkertje wilden nuttigen draaide de Rotterdamse DJ Ziya Ertekin alias Blue Flamingo 78 toerenplaten in de foyer hetgeen wel een heel groot contrast was met de vroegere jamsessies.

Al met al mag ook de 21e editie ondanks een lager aantal bezoekers weer bijzonder geslaagd genoemd worden!
Tot slot wil ik even vermelden dat dit verslag ontstaan is uit de indrukken die uw verslaggever kreeg op de momenten dat hij bij het optreden aanwezig was. Mocht een goed gestarte show verzand zijn in een anticlimax dan is hij daar geen getuige van geweest.